Wet DBA, VBAR, rechtsvermoeden, Zelfstandigenwet… Maar, wat verandert er in de praktijk nu écht?
De ontwikkelingen rondom zelfstandige inzet blijven elkaar opvolgen. Maar wie ze naast elkaar legt, ziet ook een duidelijke rode draad: één contract, tarief of criterium bepaalt nooit alleen de uitkomst.
Wet DBA. VBAR. Rechtsvermoeden. Zelfstandigenwet.
Als je het zzp-dossier volgt, is het soms bijna niet meer bij te houden.
En eerlijk gezegd snap ik heel goed dat opdrachtgevers daardoor gaan denken: zeg gewoon wat straks de nieuwe regels zijn.
Alleen is dat precies waar het interessant wordt.
De manier waarop we meer duidelijkheid proberen te creëren verandert steeds. Maar één principe komt steeds opnieuw terug: het totaalbeeld telt.
De Wet DBA veranderde vooral de verantwoordelijkheid
In 2016 verdween de VAR en kwam de Wet DBA.
Onder de VAR lag het fiscale risico voor opdrachtgevers in belangrijke mate afgedekt wanneer een geldige verklaring was afgegeven. Met de DBA werden opdrachtgever en opdrachtnemer samen verantwoordelijk voor de juiste beoordeling van hun arbeidsrelatie. Modelovereenkomsten moesten daarbij houvast vooraf geven. [1]
Die verandering zorgde vrijwel direct voor onzekerheid en een handhavingsmoratorium. Dat moratorium bleef uiteindelijk tot 1 januari 2025 bestaan.
Maar ondertussen stond de juridische ontwikkeling natuurlijk niet stil.
Deliveroo maakte het beoordelingskader tastbaarder
In 2023 kwam het Deliveroo-arrest.
De Hoge Raad bevestigde dat je voor de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst moet kijken naar alle omstandigheden van het geval in samenhang.
Daarbij spelen onder andere de aard en duur van het werk, de manier waarop werkzaamheden en werktijden worden bepaald, inbedding in de organisatie, persoonlijke uitvoering, de manier waarop afspraken en beloning tot stand komen, commercieel risico én ondernemerschap een rol. [2]
Dat laatste werd vervolgens in 2025 verder verduidelijkt.
Uber: ondernemerschap telt volwaardig mee
In het Uber-arrest bevestigde de Hoge Raad dat er geen rangorde bestaat tussen die gezichtspunten.
Extern ondernemerschap mag dus niet worden behandeld als een soort laatste bijzaak nadat eerst alleen naar gezag en inbedding is gekeken.
Sterker nog: ondernemerschap kan in een concrete beoordeling doorslaggevend zijn. Daardoor kunnen twee mensen hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever uitvoeren, terwijl de ene arbeidsrelatie wél en de andere niet als arbeidsovereenkomst wordt gekwalificeerd. [3]
Dat vind ik een belangrijk inzicht.
Want daarmee wordt ook duidelijk waarom uitspraken als “deze functie kan niet door een zzp’er worden gedaan” of “deze zzp’er heeft drie opdrachtgevers, dus het zit goed” te simpel zijn.
De ondernemer doet ertoe. De opdracht doet ertoe. En de manier waarop er daadwerkelijk wordt gewerkt doet ertoe.
En toen kwam VBAR
De VBAR moest meer wettelijke duidelijkheid geven.
Het oorspronkelijke voorstel wilde de bestaande rechtspraak verder vertalen naar wettelijke criteria voor het werken “in dienst van” een ander, gecombineerd met een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief.
Maar juist het verduidelijkingsdeel zorgde voor veel discussie.
In maart 2026 besloot het kabinet dat deel volledig te schrappen. Wat resteerde was het rechtsvermoeden op basis van het uurtarief. [4]
En dat verschil is belangrijk.
Het rechtsvermoeden is géén nieuwe zzp-grens
Dat rechtsvermoeden is inmiddels wet en treedt op 31 december 2026 in werking. [5]
Een werkende met een beloning van ten hoogste het toepasselijke grensbedrag kan zich straks beroepen op het vermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Vervolgens ligt het bij de opdrachtgever om dat vermoeden te weerleggen.
Op of onder de grens ben je niet automatisch werknemer.
Boven de grens ben je niet automatisch zelfstandige.
Het rechtsvermoeden verandert vooral de bewijspositie.
Voor de inhoudelijke beoordeling blijven de arbeidsrelatie en alle relevante feiten en omstandigheden bepalend. Het civielrechtelijke rechtsvermoeden kan bovendien niet door de Belastingdienst, het UWV of de Arbeidsinspectie zelf worden ingeroepen. [6]
Dus ook hier komt het totaalbeeld weer terug.
Nu moet de Zelfstandigenwet duidelijkheid brengen
En daarmee zijn we aangekomen bij de volgende stap: de Zelfstandigenwet.
Daar ben ik persoonlijk positief nieuwsgierig naar.
De huidige richting wil zelfstandigen nadrukkelijker een herkenbare positie geven en meer duidelijkheid aan de voorkant organiseren. Daarbij wordt gewerkt vanuit een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets die gelijkwaardig moeten worden benaderd. [6]
Dat kan opdrachtgevers meer houvast geven.
Maar we moeten ook eerlijk zijn over wat we nog níét weten.
De definitieve wettekst ligt er nog niet. De verdere uitwerking loopt nog en het kabinet streeft naar inwerkingtreding per 1 januari 2028. [6]
In het in 2025 geconsulteerde initiatiefvoorstel staat daarnaast een belangrijk uitgangspunt: bij de toetsing moet worden gekeken naar de werkelijke uitvoering van de werkrelatie. [7]
En juist dát vind ik cruciaal.
Een beoordeling op dag één is niet automatisch de werkelijkheid op dag honderd
- Je kunt vooraf vaststellen dat iemand een sterke ondernemer is.
- Je kunt een opdracht goed afbakenen.
- Je kunt afspraken maken over zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en aansturing.
Maar daarna begint de praktijk.
Een projectleider kan steeds meer dagelijkse instructies gaan geven. Een zelfstandige kan langzaam onderdeel worden van de reguliere personeelsplanning. Een opdracht die eerst duidelijk afgebakend was kan steeds verder worden verlengd.
De Belastingdienst adviseert daarom expliciet om arbeidsrelaties regelmatig opnieuw te beoordelen, omdat de manier van samenwerken gedurende een opdracht kan veranderen. [8]
Ook zekerheid vooraf blijft gekoppeld aan de voorwaarde dat de feitelijke uitvoering overeenkomt met de situatie waarop die beoordeling is gebaseerd.
Misschien is dit de echte rode draad
We hebben in tien jaar verschillende manieren geprobeerd om meer duidelijkheid te organiseren.
De VAR gaf vooraf fiscale zekerheid. De DBA verschoof meer verantwoordelijkheid naar opdrachtgever en opdrachtnemer.
Modelovereenkomsten moesten houvast bieden, maar de Belastingdienst beoordeelt sinds 2024 geen nieuwe meer omdat papier schijnzekerheid kan geven wanneer de praktijk anders is. [9]
Deliveroo zette de belangrijkste gezichtspunten voor de beoordeling scherper op een rij.
Uber bevestigde dat tussen de relevante gezichtspunten geen vaste rangorde bestaat en dat ondernemerschap volwaardig kan meewegen.
VBAR probeerde de beoordeling wettelijk verder te verduidelijken, maar dat onderdeel is inmiddels geschrapt.
Het rechtsvermoeden versterkt straks de bewijspositie van lager betaalde werkenden.
En nu moet de Zelfstandigenwet meer duidelijkheid aan de voorkant gaan bieden.
Maar één uitgangspunt blijft tot nu toe steeds terugkomen: het totaalbeeld.
Misschien moeten we dus ook stoppen met zoeken naar dat ene criterium waarmee een samenwerking ineens “DBA-proof” is. De echte vraag is hoe je die samenwerking aantoonbaar goed inricht en vervolgens via een gecontroleerd proces blijft toetsen.
Wat betekent dat in de praktijk?
Voor LEV hebben we die ontwikkeling vertaald naar drie controlemomenten:
Geen drie nieuwe juridische criteria.
Wel een praktische manier om de relevante omstandigheden gestructureerd te blijven controleren voordat je uiteindelijk weer bij dezelfde juridische vraag uitkomt:
Wat zegt het totaalbeeld?
Want welke wet er straks ook komt, verantwoord samenwerken met zelfstandigen begint niet bij één contract, één tarief of één vinkje.
Het moet kloppen bij de ondernemer, passen bij de opdracht én zichtbaar blijven in de praktijk.
Bronnen
- Rijksoverheid / Algemene Rekenkamer – achtergrond Wet DBA en handhaving
- Hoge Raad – Deliveroo-arrest, 24 maart 2023
- Hoge Raad – Uber-arrest, 21 februari 2025
- Rijksoverheid – kabinet schrapt verduidelijkingsdeel VBAR, 6 maart 2026
- Staatsblad – inwerkingtreding rechtsvermoeden op basis van uurtarief
- Tweede Kamer – actuele contouren en behandeling Zelfstandigenwet, 2026
- Internetconsultatie – initiatiefvoorstel Zelfstandigenwet en toelichting
- Belastingdienst – arbeidsrelaties, handhaving en opnieuw beoordelen
- Belastingdienst – geen nieuwe modelovereenkomsten meer